‘Joh, werk jij met gehandicapten?’, de vrouw tegenover me trekt verrast haar wenkbrauwen op.
‘Ja’, zeg ik luchtig, me al voorbereidend op het bekende riedeltje.
‘Dat is wel zwaar werk hè?’, ze praat alsof ze me een geheimpje vertelt.
‘Ja, soms wel, ja’, antwoord ik geroutineerd.
‘Niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk is het erg zwaar, toch?’, ze kijkt me aan met een blik van medelijden.
‘Ja, af en toe is het wel moeilijk’, zucht ik.
Maar… het is wel heel dankbaar werk!’ roept mijn gesprekspartner ineens vrolijk.
Ik knik braaf. Zij glimlacht opgelucht.
Na tientallen keren dit gesprek te hebben gevoerd vraag ik me nog steeds af wat ze nou bedoelen met ‘dankbaar werk’. Ben ik de enige die dit begrip niet helemaal begrijpt?
We zitten aan tafel. Gezellig met z’n allen. En dan bedoel ik alle twaalf bewoners, drie begeleiders, twee ouders en één stagiaire. Ik geef toe, dit is een drukke avond. Iedereen zit op zijn eigen plaats. De tafel is compleet gedekt en het eten staat op het punt om opgediend te worden. Je denkt misschien dat dit een simpel klusje is, maar in een woonvoorziening met meervoudig gehandicapten is dit moment op zich al een hele prestatie. Rolstoelen moeten in de goede volgorde aan tafel gereden worden, de corveeërs moeten maar net een goeie bui hebben om de corvee dienst, zonder onderlinge ruzie, volledig af te maken en de bewoners moeten het nu maar net weer eens zijn met hun twee weken eerder gemaakte menukeuze.
We krijgen maaltijden aangeleverd die iedereen individueel kan uitzoeken. Het zijn geen vers bereidde gerechten en ook geen culinaire hoogstandjes en wanneer je het afdekplastic van het warme zwarte bakje scheurt krijg ik altijd het gevoel dat ik in een vliegtuig zit.
Maar goed, iedereen zit en omdat ik er al een halve dienst op hebben zitten barst ik van de honger. Terwijl ik mijn maaltijd openmaak ruik ik de bekende geur van chemische jus en rubberen gehaktballen. Het maakt me niets uit, ik heb honger. Ik prik met mijn vork in een kartonnen aardappeltje en op het moment dat ik een hap wil nemen verslikt mijn buurman zich. Hij hoest en proest en zijn eten vliegt door de lucht. En dat alles terwijl hij mij aankijkt. Wanneer hij weer op een normaal tempo ademt veeg ik zijn gehaktbal uit mijn gezicht en kijk ik naar mijn bakje met eten. Er liggen voorgekauwde stukken vlees door mijn eten. Ik hoor 17 mensen lachen en ik vraag me af waarom ik hemelsnaam voor ‘dankbaar werk’ heb gekozen.
Om het allemaal wat te verzachten ga ik soms een dagje uit met de mensen van mijn werk. Zo ben ik met mijn collega Mari en twee bewoners, Emiel en Rik, naar de musical Tarzan geweest. Natuurlijk doen we dat voor hen, maar omdat zij een potje Mens-erger-je-niet net zo leuk vinden, moet ik bekennen dat er een ietsie pietsie klein beetje zelfbelang bij zat.
We zitten op de vierde rij en de jongens zijn inmiddels razend zenuwachtig. Iedereen die naar Tarzan is geweest weet dat de musical begint met een harde donderklap. Ik denk dat Rik op dat moment van schrik een zenuwscheetje heeft gelaten waar wat extra dik bij zat, want na tien minuten was ons gedeelte van de zaal vergeven van een uiterst onaangename lucht. Ik had medelijden met de mensen naast me die gezellig een avondje uit zijn en negentig euro per persoon hebben neergelegd om in de stank te zitten. Er zat niets anders op dan in de pauze op het toilet de schade te gaan bekijken. Gelukkig was hij beveiligd met een luier.
Ik stond recht tegenover Rik en tilde hem met mijn armen onder zijn oksels uit zijn stoel. Hij leunde half tegen me aan terwijl ik hem vast hield. Mari wurmde zich tussen ons door en maakte de luier los. Ik bedacht me nog dat ze op moet schieten omdat we Emiel noodgedwongen alleen in de hal hebben achtergelaten. De luier was los en Mari begeleidde het ding (bedenk dat het geen schattig baby formaatje is..) naar de prullenbak. ‘Oeps’, piepte ze ineens. Op zo’n moment is een ‘oeps’ nooit goed.
‘Ehm, ik zou even niet bewegen, Nance’, zei ze terwijl ze een rol wc papier pakte. ‘Ik heb wat uit de luier laten vallen’. Rik schoot in de lach en ik hoopte alleen maar dat er niets tegen mij aan was gevallen.
Om het nog wat erger te maken zag Mari een drol over het hoofd en ging hier met haar nieuwe linker All-star vol in staan. ‘O nee’, kreunde ze. Ze tilde haar voet op om de schade te bekijken. Als je dit leest en je hébt toevallig All-stars aan, bekijk dan voor de gein even de onderkant van je schoen. Juist, de makers van deze schoenen hebben hun best gedaan op de zolen. Er staat dan ook een volledig kunstwerkje op. Met een lekker diep reliëf. Het kunstwerkje van Mari was voor een deel bruin ingekleurd.
Ondertussen hing Rik nog steeds met zijn oksels aan mijn armen. Mari trok haar schoenen uit en hielp mij om Rik weer schoon en zittend te krijgen. Op het moment dat ze haar schoen wilde schoonmaken werd er omgeroepen dat alle mensen in een rolstoel met hun begeleiders de zaal in moesten. De musical gaat weer beginnen. Dus daar zat Mari, het tweede deel, op haar sokken met haar vieze All-star in een plastic zakje naast haar op de grond.
Ik hoor je denken. ‘Wat een verhaal, maar als je dit allemaal zo erg vindt, waarom doe je dat werk dan?’. En je hebt gelijk. Soms vraag ik me ernstig af waarom ik werk doe waar in mijn eten wordt gespuugd en waar over mijn hand wordt geplast. Ik vraag me af waarom we ons laten uitschelden en waarom we op oudejaarsavond tot 01.00 uur werken. Waarom verdienen we zo weinig terwijl we praktisch ménsen in leven houden?
Dit is een ode aan al mijn collega’s! Want zonder mijn collega’s zou dit werk onmenselijk zijn. Meiden, bedankt voor alle gezellige diensten! Bedankt voor al die weekenden die we samen werken, voor alle maaltijden die we samen koken en voor alle bakkies koffie die samen drinken. Bedankt voor de kerstavonden die we samen delen, de verjaardagen die we samen vieren en de steun bij de verliezen die we samen doormaken. Op een bizarre manier hoor ik bij een groot gezin wat iedere dag weer door iemand anders draaiende gehouden wordt. Nergens is een werkplek zo huiselijk als in de gehandicaptenzorg. Goh, nooit geweten dat mijn werk echt zo dankbaar is…