Marie-Cecile Beniers: Collega's

Marie-Cecile Beniers kennen we inmiddels van Loslippig en het pas verschenen Dat meen je niet! Haar boeken geven een kijkje in de wereld van de roddelpers. De verhalen in boek zijn veelal gebaseerd op haar eigen ervaringen op de journalistieke werkvloer, voordat zij als ZZP-er aan de slag ging. Lees in haar column hoe zij over haar collega''s dacht... 

Ik werk alweer heel wat jaren als journalist en heb verschillende banen gehad. Ik heb geschreven voor een roddelblad (wat een dankbare inspiratiebron was voor mijn eerste roman Loslippig) en ik was bedrijfsjournalist bij Gemeentewerken Rotterdam. Tegenstrijdiger kun je het volgens mij niet krijgen. Dat ik als begin twintiger, net afgestudeerd van de Academie voor Journalistiek, aan de slag ging als ambtenaar bij een grote gemeentelijke dienst, vonden sommigen maar vreemd. Wat moest zo’n jong ding in zo’n stoffige omgeving? Toegegeven, ik krikte in mijn eentje de gemiddelde leeftijd nauwelijks omlaag, maar het was leuk. De combinatie met mijn twee kamergenoten was opvallend; zij in de vijftig, ik begin twintig, maar er was meteen een klik. We hebben ontzettend gelachen en ik heb veel van ze geleerd. Van de ene vooral vakinhoudelijk. De les die de andere collega vooral voor me had was: je moet hier zo snel mogelijk weg. Deze collega had een geweldig gevoel voor sarcasme en een hekel aan het ambtelijke apparaat. Zo had hij twee videocamera’s uit een tijdschrift geknipt en aan het plafond geplakt. Hij vond het kloksysteem, de tijdlijsten en alle andere ambtelijke regels vreselijk betuttelend. Met z’n drieën konden we ontzettend lachen om zijn theatrale gemopper.

De collega waarmee ik tijdens mijn volgende baan de kamer deelde was beduidend minder gezellig. Eigenlijk was ze een regelrechte nachtmerrie, maar zoiets besef je pas na een tijdje. Toen ze op mijn eerste werkdag netjes vroeg of ik er bezwaar tegen had als zij op onze kamer rookte (dat mocht in die tijd nog), vond ik dat (collegiaal en aardig als ik ben) geen probleem. Maar ik wist niet dat deze collega rookte als een ketter en letterlijk de ene sigaret na de ander op stak. Ons kamertje was bovendien niet zo groot, dus ik zat de hele dag in een sigarettenwalm. Na de eerste werkdag zei mijn vriend bij thuiskomst dan ook: ‘Je ruikt naar rook’. Ik kon wel janken. In die tijd was ik ook zo’n softie dat ik amper bezwaar durfde te maken. Een laf ‘mag het raam open’ was het enige dat eruit kwam. En dat raampje ging na vijf minuten weer dicht omdat mevrouw het koud had. Nog erger was de manier waarop zij rookte. Deze levende schoorsteen had een techniek bedacht (ik geloof namelijk niet dat zoiets vanzelf gaat) waarbij ze eerst de rook voor haar mond liet kringelen, om die vervolgens met haar tong naar binnen te slaan. Héél sexy. Not. Als ik met haar sprak zat ik dus voortdurend tegen die tong aan te kijken. Ik leerde me al snel aan weg te kijken voordat het rookgordijn was opgetrokken.

Bij het volgende bedrijf waar ik ging werken, een nieuwssite, kreeg ik te maken met een heel ander soort mensen. De nerd. Superaardig, maar in sommige gevallen ook een beetje… eh… vreemd? Zoals de, verder heel vriendelijke, collega die steevast een krantje van de redactie kwam halen om die vervolgens mee naar de wc te nemen. Want wat is er nou lekkerder om tijdens een grote boodschap het nieuws door te nemen? Nog erger (en viezer) was dat hij die krant na afloop bij mij op het bureau liet ploffen. Ik heb hem na drie keer dan ook vriendelijk verzocht of hij die bundel vol bacteriën voortaan zelf wilde opbergen.

De opvallendste collega’s had ik echter toen ik aan de slag ging bij een roddelblad. Valse nichten, sletterige collega’s die graag uitweidden over hun veroveringen, alcoholisten, plus een tirannieke baas die het met de secretaresse deed. Noem het op en het liep er rond. Gelukkig liepen er ook genoeg leuke en aardige mensen rond, zodat ik het nog een aardige tijd heb volgehouden. Maar alleen al de collega’s en hun drama’s boden genoeg stof voor een sappige roman.

Inmiddels werk ik alweer een paar jaar als freelance journalist. Een ZZP’er dus, zoals ze dat zo mooi noemen. Zelfstandige Zonder Personeel. Èn zonder collega’s. En dat was vooral in het begin flink wennen. Het kan eenzaam zijn om alleen te werken. Ik heb dagen gehad dat de enige persoon waarmee ik sprak de caissière van de supermarkt was. Inmiddels vind ik het heerlijk om alleen te werken. Ik deel zelf mijn tijd in, heb geen afleiding, luister naar de muziek die ik wil horen en kan lunchen waar, wanneer en hoelang ik dat wil. Kortom: vrijheid! En als ik weer eens een ‘terugvalletje’ heb, dan denk ik gewoon aan die vreemde vogels waarmee ik noodgedwongen een kamer moest delen.

Dat meen je niet!

  • Members waardering:

    1  2  3  4  5 
    (16 stemmen)
  • Omschrijving:

    Na een paradijselijke vakantie in Costa Rica keert Suzanne samen met haar vriend Milo terug naar Nederland. Milo, een hotte BN'er bekend van de soap Geen weg terug, heeft een rol gekregen in een superprestigieuze, nieuwe televisieserie. Suzanne gaat aan de slag bij Hers, de weekendbijlage van Het Nieuwsblad. Maar hier blijkt al snel dat alles mooier lijkt dan het in werkelijkheid is. Haar diepte-interviews met verwende diva's eisen al Suzanne's energie. Als de roddelpers Milo en Suus ook niet met rust laten, blijkt haar terugkeer vooral een koude douche. Dan slaat het noodlot genadeloos toe en staat Suus er plotseling helemaal alleen voor. Bovendien doet ze een huiveringwekkende ontdekking.

    Een kijkje in de wereld van de vaderlandse showbizz en de roddeljournalistiek. Wat is er waar van al die sappige onthullingen? Lopen feiten en fictie ècht door elkaar heen? En wie is wie in glamourland?

Meer info

Aanbevolen voor jou

Aanbevolen voor jou:

Zoek in artikelen