Column: Zag je die piemel?

Het bungelt voor mijn ogen. Hij was net even gaan verzitten, dus mijn ogen krijgen de volle lading. Het eerste wat ik doe is wegkijken. Want ja, dat is dus onbeleefd, naar iemands geslachtsdeel staren. Dat doe je niet. Ook al zit diegene recht voor je. En heel erg naakt voor je. Met zonder kleren aan.


Dus ik kijk weg. Eerst gaat mijn blik naar links. Een slechte keuze, want daar is alleen de muur en ik ben in gesprek met drie vriendinnen die rechts van me zitten, dus om nou tijdens dat gesprek keihard de andere kant uit te kijken, nee.


Goed, weer terugkijken dan. Ik richt mijn blik gewoon ergens anders op, dat moet toch geen probleem zijn? Er is hier werkelijk van álles om vol interesse naar te kijken. Neem nou, ehm… deze lamp! Ja, zeg, een lamp. Kijk, daar staat dus een lamp. Wacht, het valt natuurlijk ook op als ik hier langer dan een paar seconden naar een lamp ga zitten turen. Zo bijzonder is dat ding nou ook weer niet.
Voorzichtig draai ik mijn hoofd weer, op zoek naar een nieuw voorwerp.


Ach, kijk eens, daar hebben we de tegels op de vloer. Het is toch ook wat. Tegels. Op de vloer dus. En, kijk! Daar is een bankje, jongens. Ja, ja, een echte bank.O fok het. Ik moét gewoon kijken. Dat ding blokkeert zo’n beetje mijn halve gezichtsveld. Hoe kan iemand hier niét naar kijken.

Badjas
Man! Wat een lengte. En dat in nog ontspannen toestand. Zal ik één van de anderen even voorzichtig aanstoten? Nee, die zijn net druk aan het praten over problemen op het werk. Of ging het nou nog over dat haar schoonmoeder probeert een indicatie te krijgen voor het verzorgingstehuis? Want daar hadden ze het eerder op de avond over. Maar toen was ik er ook al niet helemaal bij. Toen zaten we daar in die eetzaal allemaal in badjassen van een glas wijn te nippen. En waren daarna op slippers bij het buffet salades gaan halen.
‘Welke neem jij?’


Voor me boog een vrouw over het saladebuffet. Haar badjas was open gegleden en haar buik kwabde tegen de schalen. En zag ik daar een vetrol de olijven dippen? ‘Ik hoef denk ik toch niet.’

Sauna
De rest van de avond struin ik met tientallen wildvreemden bloot in het donker rond. Het saunacomplex speelt dat we eenzaam midden in de ruige natuur van Noorwegen zitten. Ik probeer te negeren dat ik, terwijl ik in een van de veel te kleine buiten bubbelbaden voor zo’n nep-blokhut zit, duidelijk alle portieren van autodeuren hoor dichtslaan. Want het parkeerterrein zit achter dit bamboehek. Trouwens, bamboe in Noorwegen? Maar goed. Ik heb genoeg fantasie om mee te spelen. De schommelende en plonzende medemens, zorgt voor grotere afleiding. Het loopt hier allemaal rond of ze een halfje bruin bij de bakker komen halen, terwijl ik alleen maar kan denken: ‘dus zelfs als je zeventig bent, neem je een Brazilian?’

Dromen
Eenmaal in de auto, zak ik tegen de kussens op de achterbank. Eindelijk rust voor mijn getergde ogen. Ik kan geen menselijk vlees meer zien. Hoe zorg ik dat ik hier vannacht niet over ga dromen?


‘Jongens, die man op die ligstoel naast bubbelbad drie! On-voor-stelbaar, he?’


‘Die met die rode bril?’


‘Haha! Alsof ik zijn gezicht heb bekeken.’

‘Jullie gaan toch niet zeggen dat ik als enige…’

Ze hebben me nooit meer meegevraagd.

Aanbevolen voor jou

Aanbevolen voor jou:

Zoek in artikelen