Pretparkkriebels

Zal ik mij wagen aan die ronddraaiende, heen en weer wiegende schijf die onder de noemer ''attractie'' valt? Hmmm... Misschien beter van niet. Allerlei rampscenario''s spelen zich af in mijn hoofd, waar voorlopig niet veel anders in zit dan vakantiestof. Ik besluit netjes op het bankje te wachten met mijn fototoestel in de aanslag, om vriendlief achteraf de beste actiefoto te kunnen bezorgen. Zo wordt die Facebookpagina ook nog eens opgefrist... 


Drie koffies en twintig minuten later is er echter nog steeds geen spoor van hem te bekennen. Hij zal toch niet gestruikeld zijn of erger nog: verpletterd door een heleboel ongeduldige kinderen? Zal ik...? ''Nee, blijf zitten!'', gebied ik mezelf. Ik schuif zenuwachtig over de houten bank, die nog vol zand blijkt te liggen ook (het zou me niets verbazen als ik straks een hele zandbak aan mijn achterwerk geplakt heb zitten). ''Waar blijft hij nou?'' Ik geef het op. Vlug raap ik al mijn spullen bijeen, waarna ik een kijkje ga nemen bij de ingang van de - in mijn ogen - gevaarlijkste attractie van het park. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes, maar zonder verrekijker slaag ik er niet in hem te onderscheiden in de massa die binnen ongeduldig staat te trappelen. Er zit niets anders op dan zelf naar binnen te gaan. ''Pardon, sorry, excuseer ...'' Ik wurm me langs allerlei verschillende mensen, waarvan de een me met een vuil gezicht aankijkt en de ander allerlei mogelijke manieren zoekt om me niet door te hoeven laten.
''Sorry, maar ik zoek mijn vriend'', probeer ik dan maar. Het lukt al iets beter, maar nog steeds zie ik hem niet staan. Ik bevind me nu al een aardig stuk bij de ingang vandaan (waar ik straks ook liever weer door naar buiten wil wandelen) en begin me nu toch wel een beetje zorgen te maken. Ik zie hem n... O, wacht, daar heb je hem! Ik snel naar hem toe, terwijl ik luid zijn naam roep en iedereen me aanstaart alsof ik pasgeleden het onderwerp was van een juicy roddel in één van die roddelbladen die mijn oma elke week koopt.

''Wat doe jij hier?'', vraagt mijn vriend als hij me eindelijk ziet.
''Ik dacht: ik kom je even vergezellen''
''Fijn, het is net onze beurt''
Hij neemt mijn hand en sleurt me mee de attractie in.
''Onze beurt? Ik heb toch helemaal niet gezegd dat ik van plan was mee te gaan? Praat ik soms buitenlands?'' 

Maar het is te laat, ik kan niet meer terug. Zal dit wel goed aflopen? Zal ik mijn ogen ooit nog kunnen openen na het verlaten van deze attractie? Wordt vervolgd...

Of ja, eigenlijk niet. Ik heb het gered, anders schreef ik deze column nu niet.



Céline (1995) is gebeten door de leesmicrobe. Haar kamer is rijkelijk gevuld met thrillers, young adults, chicklits, ... Ook schrijft ze al verhaaltjes vanaf het moment waarop ze te weten kwam hoe ze haar pen vast moest houden. Tegenwoordig schrijft ze vooral columns, recensies en kortverhalen, maar ze hoopt ooit een heuse Chicklit te schrijven. Al haar schrijfsels verzamelt ze op haar blog, waar ook andere ditjes en datjes te vinden zijn. Haar passie voor taal en wetenschap dringt door tot in haar opleiding aan de Hogeschool waar ze logopedie studeert. 

GERELATEERDE ARTIKELEN

  • Snelwegstress (of: snel weg, stress)

  • Zoektocht naar columniste: de shortlist

  • The Hunger Games komt tot leven in een pretpark!

  • GEZOCHT: Chicklit.nl zoekt columniste in het buitenland!

  • Recensie: Soapsop

Aanbevolen voor jou:

Zoek in artikelen