What’s in a name?

Marie-Cecile Beniers woont in Rotterdam, is journaliste en werkte als verslaggeefster bij een roddelblad. Haar eigen ervaringen gecombineerd met een flinke dosis humor en romantiek vormen de basis voor haar debuutroman, Loslippig, die onlangs bij uitgeverij The House of Books verscheen... 

Een naam zegt veel. En soms ook weer helemaal niets. Ik zelf heb lang een hekel aan mijn naam gehad. Want: te tuttig, te lang, te ingewikkeld, te kak. De naam Marie-Cecile is vele malen chiquer dan ik zelf ben en ik zal nooit vergeten hoe ik me als brugklasser doodschaamde toen een docent doodleuk vroeg of ik misschien van adel was? En hoewel mijn naam in combinatie met mijn achternaam een Franse afkomst vermoedt, spreek ik slechts een petit peut Français. Kortom: als puber wilde ik ‘gewoon’ Barbara of Saskia heten. Inmiddels heb ik helemaal vrede met mijn naam. Hoewel… het was wel even slikken toen ik de domeinnaam van mijn eigen website zag: mariececilebeniers.nl is nou niet de meest handige of gebruiksvriendelijke url.
Wanneer je een roman gaat schrijven, moet je je - naast het hele verhaal, plotwendingen en dialogen - ook bezig houden met namen. En dat heb ik geweten. In het boek passeren veel karakters de revue, die ik allemaal een naam moest geven. Voor de meeste personages was dit gelukkig makkelijk. Zo wist ik vrijwel meteen dat de beste vriend van mijn heldin een ‘echte Flint’ was. En dat de valse nichterige collega in mij ogen een ‘typische Richard’ was, om maar wat te noemen. De karakters in het boek die in meer of mindere mate op echte bekende Nederlanders zijn gebaseerd, kregen ook allemaal een eigen naam. En het werd een echte sport om de namen zo grappig mogelijk te verbasteren. Inmiddels hoor ik van lezers dat ze het erg leuk vinden om de echte BN’ers uit het verhaal te herkennen.
Voor de meeste personages vond ik dus redelijk soepel de namen. Maar voor de hoofdpersoon was dit een lastige klus... Ik heb ontzettend lang gezocht en getwijfeld. Het was immers de belangrijkste figuur in het hele verhaal, dus de naam moest helemaal kloppen, vond ik. Maar hier liet mijn ‘onderbuikgevoel’ me volledig in de steek. En zo werd het zoeken nogal een ‘ding’. En hoe langer hoe moeilijker. Ik liep namensites af, op zoek naar een briljante ingeving. Pakte zelfs de babynamenboeken na jaren maar weer eens van de plank. Wat ik wilde, was geen te aparte of gekke naam voor mijn hoofdpersoon. Nee, mijn heldin moest een naam krijgen die neutraal is, waarmee de lezer zich makkelijk zou kunnen vereenzelvigen. Waar je als lezer niet direct een afkeer van hebt of andere gevoelens bij krijgt. Maar welke naam dan? Ik heb altijd Isabelle een mooie naam gevonden. Moest het dat dan worden? Of Annabel? Misschien Sophie? Aaargh! Geen enkele naam was voor mij overtuigend genoeg. Simpel werd ik ervan.
Toen koos ik voor Susanna, afgekort Suus. Maar mijn uitgeefster vond dat nog wat te ‘heilig’ klinken. Hmm, blijkbaar was deze naam niet zo neutraal als ik had gedacht… Uiteindelijk is het Suzanne geworden, en kon ‘Suus’ gewoon blijven. Een leuke, ongecompliceerde naam die volgens mij nooit heftige reacties oproept. Prima dus. Voor de achternaam koos ik na wat wikken en wegen de naam Frans. De naam van mijn opa. Bovendien: zo had ik geheten als ik een jongetje was geweest. Suzanne Frans dus. Nog even googlen of er niemand in het echt zo heette en klaar.
Het allerzwaarst had ik het echter met Milo: de love-interest van Suus. Wat niet veel mensen weten is dat Milo in het begin lange tijd ‘Soapie’ heette. Hij is immers soapacteur en het leek mij leuk als hij geen echte naam zou krijgen, maar simpelweg door iedereen Soapie zou worden genoemd. Maar toen vrienden het manuscript lazen, was het commentaar: ‘Dus hij heet Soapie? Hm…’
‘Waarom heeft hij geen echte naam?’
‘Zo’n lekkere stoere vent en dan heet hij… Soapie??’
Ik bleef mijn keuze verdedigen, helemaal ervan overtuigd dat dit écht de beste naam was. Naar mijn idee gaf ‘Soapie’ deze man een zweempje mystiek doordat hij geen echte naam had. En mensen zouden eventueel kunnen gaan gissen naar zijn identiteit. Bovendien vond ik het gewoon grappig. Totdat bij de eerste correctieronde van de uitgeverij opnieuw werd gezegd dat de naam Soapie toch wel een beetje vreemd was. Het werd storend gevonden en klopte niet met de superhunk die deze man moest zijn. Het begon er steeds meer op te lijken dat ik de enige was die ‘Soapie’ zo leuk gevonden vond. Met pijn en moeite nam ik afscheid van deze naam. En ging ik op zoek naar iets wat beter paste bij deze droomman. Vaarwel Soapie en welkom… Milo! Een lekkere stoere naam, en naar mijn idee ook wel een tikje romantisch. En ondanks dat, vind ik het stiekem toch nog altijd een beetje jammer dat Soapie het niet heeft gehaald….

Marie-Cecile Beniers

Loslippig

  • Onze waardering:

             
  • Members waardering:

    1  2  3  4  5 
    (14 stemmen)
  • Omschrijving:

    Suzanne gaat na een wereldreis aan de slag bij een roddelblad. Niet iets wat ze ambieert, maar ze hoopt hiermee de nodige contacten in de bladenwereld op te doen. Bovendien verdient het erg goed. Al snel ontdekt Suzanne dat de roddeljournalistiek en de vaderlandse showbizz een aparte wereld vormen, met eigen regels en wetten. De redactie is een rariteitenkabinet en de hoofdredacteur een achterdochtige tiran. Suzannes nieuwe werk blijkt een aaneenschakeling van bizarre ontmoetingen en tenenkrommende interviews met B-sterren. Als ze een geheime relatie krijgt met Milo, een van de meest populaire BN'ers, is ze plots zelf een gewilde prooi voor alle paparazzi die jagen op de identiteit van Milo's nieuwe liefde. Is Suzanne opgewassen tegen alle achterklap en ellebogenwerk in haar nieuwe baan en tegen de roddels rond haar relatie met Milo?

Meer info

Toegevoegd door:

MEMBER RECENSIES

  • Cakeology

GERELATEERDE ARTIKELEN

  • 100 wereldplekken

  • Ik moet je iets vertellen

  • That’s it

  • Lijstjes

  • Het geheim van Chanel Nº 5

Aanbevolen voor jou:

Zoek in artikelen