Hoera!

Van hostess in een hotel op Corsica, docente schoonheidsverzorging, kleuterjuf tot Pilatesinstructeur, Tiny Fisscher (1958) heeft heel wat beroepen gehad voordat ze kinderboeken ging schrijven. Ze debuteerde in 1999 als kinderboekenschrijfster met En dan was ik de prinses, waarna er nog tien volgden. Daarna ging Fisscher zich ook op oudere kinderen richten en in 2005 verscheen haar eerste jeugdboek, Ontdekt! Dit boek en ook de vervolgen daarop - is gebaseerd op de ervaringen van haar dochter en diens modellenvriendinnen. Onlangs is alweer het vierde deel, Covergirl verschenen. 

Er zijn vast schrijvers die driehonderd pagina’s weten te vullen met behulp van hun eigen ervaringen, een dikke duim en een wijde mouw. Bij die groep schrijvers hoor ik niet. Niet dat ik nooit iets uit mijn duim zuig, en ik schud ook wel eens wat uit mijn mouw, maar daarnaast kan ik ab-so-luut niet zonder de ervaringen en verhalen van anderen.
Dat mogen live-verslagen zijn, maar net zo goed verhalen die via de televisie mijn huiskamer binnenstromen. In tegenstelling tot mensen die beweren dat tv-kijken een geestvernauwend en doelloos tijdverdrijf is, is het voor mij juist een bron van inspiratie. Door deze eigentijdse verhalenverteller komen mij dingen ter ore die ik zelf niet zou weten te verzinnen. Bijvoorbeeld over die man die een kasteel heeft gebouwd op een varende woonark, waarop hij – met paarden en al – vrolijk riddertje speelt. Of over mensen die er hun levenswerk van maken om vitrinekastenvol plastic speeltjes uit chocolade ‘Kindereieren’ te sparen en daarvoor zelfs de wereld over reizen. En die Amerikaanse kunstenaar dan, die de vagina’s van veertig vrouwen in gipsafdrukken heeft gevat en het daaruit ontstane kunstwerk ‘Hollywood Pussy’ heeft genoemd… Als ik geen televisie zou kijken, zou ik niet alleen al dit opmerkelijks missen, maar ook de soms zo broodnodige inspiratie. Ik hoef er geen vliegtickets voor te kopen en niet voor in de auto te stappen of de straat voor op. Via het beeldscherm wordt de wereld mij in al zijn facetten aangeboden, zonder dat ik er perse zelf altijd de wereld voor in hoef.    
Niet alleen mensen met wie ik via de tv kennismaak, maar ook mensen die ik persoonlijk ken, zorgen voor de nodige inspiratie. Een van hen is mijn eigen dochter. Zij reist heel wat af en maakt daardoor het nodige mee. Zij reist niet over de wereld als ambassadrice voor een of ander goed doel, noch is zij journaliste, guerrillastrijdster, pilote of piraat. Zij verdient haar brood als model en aan haar heb ik een geweldige serie boeken te danken over een jong model en haar avonturen in de modellenwereld. Zonder mijn dochters inspirerende anekdotes zou ik nooit zo’n populaire boekenserie op mijn naam hebben gehad. Haar privéleven blijft hierbij wel op de achtergrond: mijn duim is dik genoeg om haar verhalen zo op te schrijven dat het fictie blijft.
Onlangs woonde en werkte mijn dochter een paar maanden in Los Angeles. Daar werd ze uitgenodigd voor een feest van een beroemde filmproducer. De gasten werden vanaf een parkeerplaats in geblindeerde shuttlebussen naar zijn huis vervoerd; een maatregel die veel beroemde Hollywoodbewoners treffen om te voorkomen dat hun huisadres algemeen bekend wordt. Bij de parkachtige tuin van de gastheer werden de genodigden in golfkarretjes overgeladen en naar de mansion gereden. Daar werden ze door een zeventigkoppige jazzband muzikaal verwelkomd en zorgden uitbundig spuitende chocoladefonteinen en schalen met ‘koekjes-om-te-dopen’ voor een zoete ontvangst.  Daarna werden gasten warm onthaald op de rode loper, waarop vooral de chic aangeklede vrouwen zich van hun beste kant probeerden te laten zien – alsof het ging om de jaarlijkse Oscaruitreiking. Behalve mijn dochter, die van tevoren niet precies wist wat voor feest het eigenlijk zou zijn, en die voor de gelegenheid een zwarte legging en een simpel zwart jurkje uit haar koffer had getrokken. Haar pas gescoorde zwarte, legerachtige boots had ze verkozen boven hooggehakte pumps. Ze droeg een joekel van een tas over haar schouder, in plaats van een subtiel enveloptasje in haar hand. Er gingen heel wat blikken haar kant op. Tot haar eigen verbazing leken die niet eens te duiden op minachting, maar eerder op: ‘Cool, jij durft…’
Eenmaal binnen, waande mijn dochter zich niet in een privéhuis maar eerder in een over the top filmdecor. Haar eigen appartementje in Amsterdam paste met gemak vier keer in de entree, en dan moest de rest van het huis nog komen.
Die rest kwam niet. Op het moment dat ze over de rode loper binnenwandelde, kreeg ze acuut buikpijn. Of dat kwam van de plastic glimlachen, de ‘Hi honey’-luchtkusjes en de gretige ‘ziet-iedereen-me-wel-blikken’, of van de eerder gepasseerde mierzoete chocoladefonteinen, wist ze niet helemaal zeker.
Nog geen halfuur wandelde ze rond, begreep met de minuut minder wat ze daar in godsnaam deed en besloot toen dat het welletjes was geweest. Eenmaal terug in een van de shuttlebussen, verdween haar buikpijn net zo acuut als hij opgekomen was. De chauffeur – een jongen uit New Orleans, die een goed gevoel voor humor had en een net zo uitstekend gevoel voor muziek – bleek welkom gezelschap. Omdat hij nog veertig minuten te killen had voordat hij weer mocht vertrekken en mijn dochter de enige passagier was, maakten ze er het beste van door de microfoon van de bus tot zangmicrofoon om te dopen en hun muzikale kwaliteiten met elkaar te delen. Voor ze het wisten, leek de bus eerder een zangstudio dan een vervoermiddel. Spontaan bouwden ze hun eigen feestje; zonder zeventigkoppige jazzband, spuitende chocoladefonteinen, fonkelende champagneglazen of dieprode lopers.  
Een uitgebreidere versie van dit verhaal zal ik zeker opnemen in het vijfde en laatste boek in de serie over model Steph. Met mijn duim en mouwen als extra hulpmiddel, is daar zo een hoofdstuk mee gevuld. Op het moment dat deze column wordt gepubliceerd is dat boek nog volop in de maak.
Ondertussen staat er alweer een volgend boek te trappelen om geschreven te worden. Ook dat kan ik alleen schrijven omdat mij een ongelooflijk, maar waar gebeurd verhaal ter ore kwam. Toen het mij werd verteld, voelde ik onmiddellijk een heftig: O jee, dat wordt een boek… “O jee”, omdat een boek schrijven heel veel werk is, de drie puntjes omdat ik me meteen enorm geïnspireerd voelde en vol verlangen om het te schrijven.
Bij dezen roep ik een dankbaar, welgemeend en driewerf hoera: ''Hoera voor het verhaal, hoera voor de inspiratie die verhalen mij geven, en lang leve de verhalenverteller in al zijn gedaanten!''

Tiny Fisscher 

Nieuwste artikelen

  • De 17 beste LGBTQ films

  • 15 x Goede acteurs in hele slechte films

  • Onze aanraders voor Netflix in oktober

  • Recensie: Reminiscence

  • Recensie: Sex Education - seizoen 3

Gerelateerde artikelen

  • 100 wereldplekken

  • Ik moet je iets vertellen

  • That’s it

  • Het geheim van Chanel Nº 5

  • Supermom’s stijlgids

Zoek in artikelen