Het toeval & de twijfel

Foto: © Amke de Kievit

Astrid Harrewijn won in 2007 de Jill Mansell-schrijfwedstrijd en meteen nam haar schrijfcarrière een rooskleurige vlucht. Inmiddels mag ze al vier succesvolle titels aan haar naam toeschrijven. Luchtkussen eindigde in 2009 op de vierde plaats bij de Boek van het Jaar verkiezing. Prinses in de polder is haar nieuwste aanwinst. 

Vrijdagochtend, kwart voor zeven. Het schrille geluid van de wekker haalt mij uit een diepe slaap. Ik heb het gevoel dat ik slechts tien minuten geleden mijn bed ben ingedoken en gatver wat is het puntje van mijn neus koud. Sinds Nederland een schiereiland van Siberië is geworden, wil ik al helemaal niet meer mijn bed uit. De verleiding om het dekbed over mijn hoofd te trekken is groot, maar de dochters moeten naar school, de honden moeten wandelen en ik heb een drukke dag vol afspraken.
In halfslapende toestand hobbel ik naar de douche en laat de warme stralen hun werking doen. Heel langzaam word ik wakker. Terwijl ik mijn gezicht scrub met gemalen mangopit – wie bedenkt dat soort dingen – stel ik mezelf een wezenlijke vraag: wat trek ik aan vandaag? Onmiddellijk slaat de twijfel toe. Ik wil iets wolligs aan, het liefst iets wat combineert met een lange thermo-onderbroek met daarboven een coltrui met ingebouwd verwarmingselement, maar een jurkje is ongetwijfeld gezelliger.
Terwijl ik de mangoprut uit mijn oren peuter, neem ik de dag door. Ik moet eerst naar Rijswijk en aansluitend naar Rotterdam. Twijfel doemt op. Waar ligt Rijswijk en hoe komt een mens van Rijswijk in Rotterdam terecht? Ik mis opeens heel erg mijn liefste, die in het bezit is van een tomtommerige auto die hij altijd aan mij uitleent. Maar mijn liefste en zijn tomtomvoertuig logeren elders.
Met grote tegenzin stap ik uit de douche. Ik zou het liefst blijven staan tot het lente wordt, maar ik moet de dochters liefdevol wekken. Voor ik het in de gaten heb, sta ik gillend mijn kroost te bedreigen met kreten die vast niet lekker vallen bij de Kinderbescherming.
Ik smeer de boterhammen, geef de honden eten en vraag en passant aan een dochter met ochtendhumeur of zij toevallig weet waar Rijswijk ligt. Die vraag had ik beter niet kunnen stellen. Nadat ik de dames heb uitgezwaaid en de honden mij van boom tot boom hebben gesleurd, stap ik in de auto. Gewapend met een papieren routebeschrijving ga ik richting Rijswijk. Dat ligt in de buurt van Den Haag. Hiha. Zolang ik nou maar precies doe wat er staat, moet het goed komen. Het eerste stuk gaat verbazingwekkend soepel. Ik en de snelweg: alsof we voor elkaar gemaakt zijn. Maar eenmaal in Rijswijk moet ik na 500 meter ergens linksaf. Ik twijfel. Hoe weet ik nou wanneer ik 500 meter verder ben in mijn leven. Kan iemand mij dat uitleggen?
Uiteindelijk kom ik aan op de plek van bestemming. Na een interview van anderhalf uur koers ik verder richting Rotterdam en concludeer dat ik zojuist het slechtste interview ooit heb afgenomen. Waarom doe ik dit eigenlijk? Ik draai de knop twijfel uit en zet de radio en verwarming aan. In gedachten bereid ik me voor op de volgende afspraak: een interview met Chicklit.nl, alleen ben ik nu niet degene die de vragen stelt, maar degene die de leuke antwoorden moet geven.
Al rijdend vraag ik me af of er eigenlijk een rode draad in mijn boeken te ontdekken valt en ik realiseer me dat mijn hoofdpersonen altijd stuiterballen zijn van het toeval. Net zoals ik zelf toevallig schrijfster ben geworden door het winnen van een schrijfwedstrijd, neemt het leven van mijn hoofdpersonen ook altijd een rare wending.
Volgens mij is het leven één grote vergaarbak aan toevalligheden. En natuurlijk twijfel: laat ik het leven niet mooier maken dan het is. Gelukkig was het toeval mij gunstig gezind en heb ik nu de mogelijkheid om er eindeloos over te schrijven. In mijn nieuwe boek Prinses in de polder verwacht de ontwikkelingswerkster Sara dat ze bij thuiskomst in de feestelijke sfeer van het veertigjarige huwelijk van haar ouders terechtkomt, maar het toeval wil dat alles anders loopt. Sara komt in een aaneenschakeling van toestanden terecht. Ze belandt op een vrijgezellenfeestje van een oude vriendin en ontmoet daar Barbara met wie ze dikke vriendinnen wordt. Ze gaat naar Parijs om haar zusje te redden en komt op een terrasje heel toevallig een Nederlander tegen, en ondertussen kan ze haar medepassagier die ze ontmoette in het vliegtuig naar huis niet uit haar hoofd zetten.
Ik besluit dat ik de dames van Chicklit.nl echt duidelijk moet maken dat toeval de constante factor in mijn boeken is. Daar is geen twijfel over mogelijk. Zonder ook maar één keer fout te rijden, kom ik aan op de plaats van bestemming. Meer dan twee uur zitten Jacky, Melissa en ik te kletsen en broodjes te eten. Ze hebben het interview goed voorbereid en de vragen keurig uitgewerkt. Moet ik ook eens doen, denk ik beschaamd. Het is meer dan gezellig en we praten over van alles en nog wat, behalve over het toeval. ‘Is er nog een vraag die we niet gesteld hebben?’ vraagt Melissa. Ik twijfel maar schudt uiteindelijk mijn hoofd en besluit het toeval aan zijn lot over te laten.

Astrid Harrewijn

GERELATEERDE ARTIKELEN

  • De première datum van PLL is bekend!

  • 100 wereldplekken

  • Ik moet je iets vertellen

  • That’s it

  • Lijstjes

Aanbevolen voor jou:

Zoek in artikelen