Column: Het type Fatsoensfucker

Werkgerelateerde Kerstevenementen vermijd ik het liefst als een squashbal die recht op je oog afkomt. Mijn probleem is echter dat ik nogal onhandig ben in het ontwijken. Zo had ik eens al mijn moed bij elkaar geraapt om een dinertje af te zeggen vanwege echt, echt geen zin (maar dat veranderde ik in 'echt, echt een andere verplichting') en ik voelde me verrekte subassertief, totdat men terugmailde op welke data ik dan wél kon want ze konden het heus wel verzetten, voor mij, geen enkel probleem.

Foute types
Ik heb er gewoon geen neus voor, de foute lui bij wie je uit de buurt moet blijven tijdens zo'n avond. De ervaring leert namelijk dat deze feestjes grotendeels bevolkt worden door twee groepen: de types die niet genoeg ballen hebben zich eronderuit te lullen (ik) en de types die er echt graag heen gaan om de geheel verkeerde redenen (de rest). Veel wolven en weinig schaapjes, zeg maar.

Ik denk terug aan een borrel van een paar jaar geleden. Ik werkte nog niet zo lang bij het bedrijf en mijn twee collega's, laat ik hen Maria en Judith noemen, waren zo collegiaal geweest me een eindje op weg te helpen met een uiteenzetting van de foute types. Totdat de borrel daadwerkelijk begon en ik erachter kwam dat het nogal raar was om eerst iemands naam te vragen en dan hoofdschuddend weg te lopen. Maar ja, Maria en Judith waren zelf druk bezig met vermijden dus was ik overgeleverd aan het lot.



Aurahapper
Het eerste lot heette Gerard en Gerard was een aurahapper. Zo'n oorknuffelaar die dermate dicht op me kwam staan dat hij bijna het model uit mijn haar ademde. Ik herinner me niet waar we het over hadden, wel dat ik me alleen kon focussen op die mee-eter vlakbij zijn bovenlip. Ik ging er zelfs zo in op dat mijn hele hoofd meebewoog, wat Gerard op zijn beurt weer aanspoorde door te gaan, in de veronderstelling dat ik aan zijn lippen hing. Uiteindelijk wist ik te ontkomen, maar op mijn vluchtroute rende ik regelrecht in de armen van een Fred. Dat herinnerde ik me wel, dat dit type 'de Fred' werd genoemd. Of dat met een d of t was weet ik niet, het was toch te laat, want Fred/t had me al in zijn wolvenklauwen.

In het smalle paadje dat ik voor vluchtroute had aangezien sneed hij me de pas af. 'Hé jij daar!' Het klonk gluiperig, maar dat kon mijn referentiekader zijn, het was vast grappig bedoeld. 'Jou ken ik nog niet. Waar werk je precies?' Zijn ogen werden spleetjes en ik keek bang om me heen, maar Maria en Judith waren nowhere to be found en sowieso had Fred me inmiddels klemgezet tegen de hapjestafel.

'Nog een wijntje?'
'Nee, dank je. Ik drink geen alcohol.'

De Fred/t
Zonder te wachten op mijn antwoord begon Fred te vertellen wat hij voor werk deed. Iets met consultancy, moeilijke woorden, veel mensen onder zich. En een leasebak die terloops genoemd werd maar wel met een lange pauze erachter waarbij Fred even de wijn door zijn glas liet rollen en zich groot probeerde te maken door zijn hakken op te tillen. Ik reikte af en toe achter me en propte een willekeurige amuse in mijn mond. Ik heb nu eenmaal niets met auto's anders dan dat ze gewoon moeten kunnen rijden, dat is wel handig natuurlijk.

'Nog een wijntje?'
'Nee, dank je. Ik drink geen alcohol.'

Een Henk
Blijkbaar was het wijn of niets want iets anders kreeg ik niet aangeboden. Ik overwoog de volgende keer 'Ja, graag' te antwoorden zodat hij wijn ging halen en ik kon vluchten, als ik zou durven. Fatsoen was een slechte eigenschap waar ik maar moeilijk vanaf raakte.
Er kwam een Henk bij ons staan. Ik herkende hem direct aan zijn stoffige kleren en de neerwaartse blik die Judith zo goed had geïmiteerd. Een Henk was een onnozele sukkel die te langzaam praatte over saaie dingen waardoor iedereen hem uitkotste en hij op zoek ging naar een groepje om zich bij aan te sluiten. Blijkbaar waren Fred en ik een groepje. Henk knikte ons toe en deed een poging tot een mistroostig lachje. Ik knikte terug en deed ook het mistroostige lachje, ik was immers mistroostig.

'Nog een wijntje?'
'Nee, dank je. Ik drink geen alcohol.'



Sandwich
Fred praatte en praatte, ik luisterde en Henk begon zich al aardig richting aurahapper te ontwikkelen. De plek achter me op de hapjestafel was nu leeg en ik moest steeds verder reiken om nog iets te bemachtigen, waarbij Fred en Henk telkens gewillig meebewogen. Op een gegeven moment lag ik vrijwel languit over tafel met een wanhopig naar achteren gestrekt armpje, gesandwicht tussen Fred en Henk, slechts een klodder ketchup verwijderd van een levende hamburger. Maar nergens dus een Maria of een Judith om me te redden.

'Nog een wijntje?'
'Nee dank je. Ik drink niet. '
'Je zou het toch eens moeten proberen. Alles is zoveel leuker met een drankje erbij.'
Ik begon het inderdaad te overwegen.

Wanhoop
Opeens zag ik Maria. Vlakbij en alleen. Ik probeerde haar aandacht te trekken maar ze keek hardnekkig een andere kant op. Toen viel mijn oog op hetgeen ze in haar hand hield. En daar, op dat moment, als auraloze gesandwichte hamburger op een Kersthapjestafel, kon ik eindelijk het fatsoen van me afschudden dat me jarenlang had achtervolgd.
'Mensen, ik moet echt naar het toilet,' sprak ik tot mijn twee hamburgerbroodjes. 'Maar kijk daar! Maria staat helemaal alleen en zo te zien heeft ze een leeg wijnglas.'

GERELATEERDE ARTIKELEN

  • De 10 leukste kerstfilms aller tijden!

  • Shoptip: Sinterklaascadeautjes onder de 10 euro

  • Snelwegstress (of: snel weg, stress)

  • Zoektocht naar columniste: de shortlist

  • De meest hilarische out of office-replies

Aanbevolen voor jou:

Zoek in artikelen