Column: Welkom terug, hier is je dode plant

De symboliek was van een zeldzaamheid zoals je die zelden ziet. Ik keerde na mijn vakantie terug op het werk en mijn plant was dood. Een ficus. Ze stond tegen de muur van het kantoor tegenover me en als dode planten verwijtend konden kijken, nou dan deed ze het. Iemand had nog de moeite genomen haar in een zwarte plastic zak te stoppen, maar eigenlijk werd ik daar alleen maar droeviger van. Het was weer die symboliek: het geheel deed nogal denken aan een bodybag. 
 
Haat
Laat ik voorop stellen dat ik planten haat. Ze staan daar maar te staan en ze kosten geduld en tijd. En die laatste twee: daar heb ik gewoon heel weinig van. Af en toe laten ze een blaadje vallen en dan moet ik daar tegenaan kijken totdat de poetsvrouw het opraapt. Toch maakt zo'n dode plant me instant depressief. 
Ja, ik had een fijne vakantie gehad en nee, natuurlijk had ik geen zin om weer te beginnen. En ja, ik was vergeten een verzorger te regelen voor mijn plant – Oké, het was niet echt mijn plant, het was de plant van Voormalig Baasje die daarna overging op de nieuwe bewoner van zijn kantoor en die er blijkbaar ook niet echt een band mee had. Maar toch! Jaren had ik min of meer voor haar gezorgd (met lauwe koffie), haar meerdere keren bijna vermoord (met lauwe koffie) en evenzoveel keer gereanimeerd (met extra sterke espresso). Zoiets schept een band. 
 
 
Liefde 
Maar toen ánderen haar probeerden te vermoorden, werd het ineens een nieuw verhaal. Godverdomme, mijn plant! Dat gevoel, heel sterk. Ik dacht terug aan mijn eigen ervaring met het verzorgen van andermans groenwaar. Het was lang geleden, tijdens een stage toen ik spontaan en onbaatzuchtig besloot voor de tijdelijk verweesde plant van een directielid te zorgen. Een schattig bonsaiboompje was het en ik wist niet veel van planten, maar bonsais! Die hadden veel liefde nodig. Mijn liefde. 
Ik kreeg al snel de indruk dat hij emotioneel zwaar beschadigd was. Hij gaf geen sjoege op al mijn liefde. Hij liet geen blaadje vallen, bloeide niet op en zoog ook nauwelijks water. Ook de heer Directlid was niet blij toen hij terugkeerde van vakantie. Zijn kunstbonsai! Waarom en wie had het in zijn hoofd gehaald het ding te verzuipen?! – Wisten jullie trouwens dat zelfs nepplanten kunnen rotten door te veel water? Ik weet dat sindsdien. Het was een leerzame stage. En tot zover ook mijn onbaatzuchtigheid.
 
Dood
Waarschijnlijk hadden mijn collega's soortgelijke ervaringen, gezien de wreedheid en onaangeroerdheid ten opzichte van Ficus Anorexia, zoals ik haar ondertussen was gaan noemen. Het was het dode paardenhoofd aan je deur als je thuiskwam van een gezellig feestje: een akelige voorbode. Dag na dag stond ze doder te worden. Af en toe liet ze een dor blaadje vallen als om me te vertellen hoe verdord ik was vanbinnen, hoe fout en onplantelijk. Tuurlijk, ik kon mijn deur dichtgooien. Ik kon haar afvoeren. Maar iets knaagde in me en o, ik wist ook wel wat het was. Die symboliek, die stilzwijgendheid van de collega's: Ik had net iets te opzichtig van mijn vakantie genoten. Ik had iets te veel werk achtergelaten. Ik had net één appje teveel gestuurd met foto's van mezelf, hyperblij duikend in een helderblauw zwembad, omringd door palmbomen. Ook de begeleidende tekst 'Au revoir, fokkers!' had ik net wat beter moeten doordenken. Ik snap dat nu. De boodschap is duidelijk. Maar mijn ficus daarentegen: nog steeds dood. 

GERELATEERDE ARTIKELEN

  • Young Adult top-5: juli

  • Shoptip: 10x coole e-reader covers

  • In gesprek met Mel Wallis de Vries

  • Snelwegstress (of: snel weg, stress)

  • Zoektocht naar columniste: de shortlist

Aanbevolen voor jou:

Zoek in artikelen