Column: Deze losers lezen

‘We gaan met een rugzak op vakantie. Leuk hè.’ Het was eigenlijk niet echt bedoeld als vraag. Dat was fout nummer één. Want mijn zoon zag onmiddellijk zijn kans en antwoordde nog voordat ik was uitgesproken: ‘Nee! Dat is helemáál niet leuk.’ Voordat ik kon uitleggen waar we dan heen wilden en wat we wilden gaan doen, riep hij uit: ‘Want in een rugzak passen bijna geen boeken.’ Ik zal hier even een pauze inlassen. Gaat rustig even een kopje koffie halen, een glas water in uw gezicht gooien, even zitten en koelte toe wapperen. Want ja, ik begrijp dat u geschrokken bent. Maar inderdaad: ik heb een zoon die leest.

Zonen
Sterker nog: ik heb twéé zonen die lezen. Dat hebben ze altijd al gedaan, sinds het moment dat het kon. Eerst zagen ze mij als een soort boek en lieten ze me te pas en te onpas voorlezen. In de rij voor een kassa, op de bank, in bad. Alleen niet in de auto, want ik hoef maar aan letters te denken of ik hang al misselijk uit het raampje. Op een gegeven moment haalde ik, tijdens een vliegreis een boek uit mijn tas om voor te gaan lezen. Maar toen ik me omdraaide naar zoon 1, keek ik tegen de omslag van een AVI-bestseller aan. Hij zat zelf te lezen! Zijn eerste boek! Ons beider leven veranderde op slag voor altijd. Ik werd als voorlezer afgedankt en hij voerde zijn leestempo op.

Rantsoen
Zoon 2 volgde een jaar later met zijn leesvaardigheden, want een jaar jonger. We fietsten bibliotheken af en aan. En voortaan gingen we op vakantie met hoedenplanken vol. Boeken voor iedereen. En als je daar doorheen was, dan las je die van een ander. En dat was vooral bij Zoon 1 al snel. Hij leest met de snelheid of hij er een prijs mee kan winnen. Op reis moesten we hem op rantsoen zetten. ‘Eén boek per dag! Anders ben je er wéér doorheen voordat we onze tent hebben opgezet.’ We hebben een aantal jaren een campertje gehad en verborgen daar boeken in alle kastjes die er waren. Anders waren ze uit voor we ergens waren.

Boekenkast
Toen kwam de virtuele boekenkast in ons leven. Wat een uitvinding, jongens. Je moet er toch niet aan denken in een tijd geleefd te hebben waarbij je géén boeken kunt downloaden. Ril, ril, ril. Rijen boeken, die moeiteloos in je rugzak passen. En dus ook in die van Zoon 1 en 2. Als de app ‘De Vakantiebieb’ zomers live gaat, gaat hier gejuich door de kamer. De app selecteert belachelijk weinig boeken, maar laten we dat kinderziektes noemen.

Afschuw
Rest nog één probleem. Want daar lagen we dan vorig jaar tijdens de zomervakantie: we liepen de Coast to Coast (dan steek je te voet in 14 dagen Engeland dwars over) en hadden net urenlang een berg beklommen in het Lake District. Bovenop de top hielden we even pauze. Lezen dus. We haalden allemaal onze beeldschermen uit onze rugzakken en bladerden virtueel naar waar we waren gebleven. Tot ongeloof en afschuw van bergbeklimmers die langs ons liepen. Want die zagen een gezin dat het zelfs bovenop een berg nodig vond om kennelijk hun mail te checken. Te instagrammen. Te snapchatten. Je zag, nee, ik hoorde ze denken, ‘wát een losers.’

GERELATEERDE ARTIKELEN

Aanbevolen voor jou

Aanbevolen voor jou:

Zoek in artikelen