Interview: Madeleine Wickham oftewel Sophie Kinsella!

 

Sophie Kinsella: ‘Ik werk alweer aan een nieuw Shopaholic-boek!’
 
Welke chicklitlezeres kent de naam Sophie Kinsella niet? Haar grappige, romantische boeken veroverden de harten van miljoenen lezers over de hele wereld. Haar nieuwste boek, Shopaholic naar de sterren, is alweer het zevende deel in de immens populaire Shopaholic-reeks. Chicklit.nl spoedde zich naar Antwerpen om met de koningin van de gênante grappen te praten over haar nieuwe Shopaholic-boek, Becky’s toekomst, Sophies eerste young adult-roman en het leven van een schrijver.

Door Lisette Jonkman

 
Voordat ik het niet meer durf, wil ik eerst even zeggen dat je mijn heldin bent. Hou je mond! is mijn favoriete boek óóit. Bedankt dat je het hebt geschreven.
‘Echt? Wat lief! Ik vind dit nu al een leuk interview, haha. Veel mensen vinden Hou je mond! een leuk boek. Ikzelf ook. Tegen de tijd dat dat idee omhoog kwam, had ik al een aantal boeken onder mijn eigen naam geschreven en drie Shopaholic-boeken onder Sophie Kinsella. Toen dacht ik: “Wat zou ik nog meer kunnen?”’

 
Over je pseudoniem gesproken: hoe kwam je op het idee om niet meer onder Madeleine Wickham te schrijven?
‘Zodra het idee voor het eerste Shopaholic-boek in mijn hoofd had, wist ik dat het qua stijl heel anders zou zijn dan wat ik daarvoor al had gedaan. De boeken die ik al had geschreven onder mijn eigen naam waren wat serieuzer dan de Sophie Kinsella-boeken: ze bevatten meer drama en verschillende personages. Bij Shopaholic wist ik gewoon: dit gaat maar over één meisje. Je zit als lezer in haar hoofd, in haar wereld... Het werd dus een heel ander boek. Ik vond het te definitief om tegen mijn uitgever te zeggen dat ik van richting wilde veranderen. En om je de waarheid te zeggen: ik wist niet eens of het zou aanslaan! Dus ik dacht, weet je wat, ik doe het onder een valse naam. Als het dan een complete mislukking wordt, kan ik altijd nog zeggen dat het niets met mij te maken heeft. Wij schrijvers zijn maar geluksvogels dat we zo kunnen werken. Een nieuw project uitproberen onder een geheime nieuwe naam – moehaha, niemand weet dat ik het ben! Dat is precies wat ik gedaan heb.’
 
Als je er zo op terugkijkt, vind je het dan niet jammer dat er niet Madeleine Wickham op al je boeken staat, in plaats van Sophie Kinsella?
‘Mijn uitgever zei dat ook tegen me: “Wedden dat je wilde dat jouw naam daar zou staan.” Maar iedereen die ik ken, weet dat ik niet alleen Madeleine ben, maar ook Sophie. En er is wel iets voor te zeggen, hoor, onder een andere naam werken! Het geeft je wat meer privacy dan wanneer je het onder je eigen naam zou doen. Ik kan naar een boekenbeurs of een signeersessie gaan als Sophie Kinsella, maar dan kom ik thuis en ben ik weer gewoon mezelf. Het is een beetje alsof je twee identiteiten hebt: je werkpersoonlijkheid en je thuispersoonlijkheid.’
 
Je pseudoniem zorgt er dus voor dat je werk en privé beter kunt scheiden?
‘Ja! Het werkt fantastisch. Ik ben echt een voorstander van verschillende namen voor één persoon.’ Lacherig: ‘We zouden allemaal extra namen moeten bedenken. Een naam voor tijdens het daten, tijdens het moederen, tijdens het werken... Veel vrouwen doen dat natuurlijk al door hun meisjesnaam te gebruiken voor werk gerelateerde zaken en hun getrouwde naam voor privézaken. Een pseudoniem is slechts een uitbreiding daarvan.’

 
Had je ooit kunnen vermoeden dat er na het eerste Shopaholic-boek nog zes anderen zouden volgen?
‘Néé! Dat had ik nooit verwacht. Ik had gedacht dat het een vrij klein, lokaal verhaal zou zijn over een meisje met een shopverslaving en een groeiende schuld. Wat ik had verwacht, was dat andere meisjes met een shopverslaving zich in Becky zouden herkennen. Ze zouden denken: “O, wat grappig, dat lijk ik wel.” Wat ik níet had verwacht, was dat miljoenen meisjes over de hele wereld zich in Becky zouden herkennen! Ik had nooit verwacht dat er zoveel Becky Bloomwoods waren. Het is een uitzonderlijke en fantastische ervaring om naar evenementen te gaan en mensen te ontmoeten die Shopaholic hebben gelezen. Het voelt bijna alsof we vrienden zijn, omdat we Becky als gezamenlijke vriendin hebben. En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle andere hoofdpersonen uit mijn boeken! Het is een fantastisch iets, en ik had het nooit kunnen voorspellen.’
 
Je hebt een keer gezegd dat na het schrijven van een opzichzelfstaande roman, een nieuw boek over Becky schrijven voor jou aanvoelt als een vrolijk weerzien met een oude vriendin.
‘Dat is echt zo. Becky is de enige hoofdpersoon die altijd in mijn hoofd rond blijft hangen. Alle andere hoofdpersonages hebben hun eigen verhaal, met een begin en een eind. Hun verhaal eindigt en dan denk ik: “Wauw, dat was fantastisch! Nou, daar ga je. Succes met de rest van je leven, ik ga er vandoor.” Terwijl ik bij Becky juist denk: “Dat was weer een aflevering uit jouw leven. Ik zie je snel weer, tot ziens!” In de Shopaholic-serie voelt ieder boek als een open einde. Er is altijd meer mogelijk.’
 
Betekent dit dat we nog meer Shopaholic-boeken mogen verwachten?
‘Ja! Ik werk op dit moment zelfs aan het volgende boek. Shopaholic naar de sterren eindigt met een behoorlijke cliffhanger, dus het was onmogelijk om niet meteen terug naar mijn computer te rennen en weer te gaan schrijven. Dat doe ik dus op dit moment, tussen het touren en publiciteit genereren door. En wat dáárna komt... Wie weet? Becky heeft in ieder geval nog genoeg avonturen om te beleven, de vraag is alleen of ik ze opschrijf of niet. Op een evenement in Canada vroeg iemand laatst of het eind van de Shopaholic-reeks al in zicht was, en ik hoorde het hele publiek naar adem snakken van schrik. Zoals ik al zei, het voelt alsof ik vrienden ben met Becky. In een echte vriendschap zeg je ook niet: “We hebben het leuk gehad, maar over drie jaar zetten we een punt achter deze relatie, hoor.” Dat zég je niet! Daarom kan ik ook niet zeggen wanneer de wegen van Becky en mij zich gaan scheiden. En of dat ooit gebeurt. Het gaat er meer om hoelang ik over haar blijf schrijven, maar zij blijft denk ik voor altijd in mijn hoofd wonen.’
 
Wat fantastisch! Heb je ook enig idee wanneer het volgende Shopaholic-boek in de winkels ligt?
‘Dat weet ik nog niet zeker, want je moet altijd rekening houden met de schema’s van de uitgevers en de tijd voor het daadwerkelijk publiceren van het boek. Maar ik zit er bovenop, laten we het daarop houden!’
 
En dan ligt in 2015 ook nog je eerste YA-roman in de winkels... Hoe ben je op het idee voor Finding Audrey gekomen?
‘Een heleboel invloeden en gebeurtenissen raakten me toevallig allemaal op bijna hetzelfde moment. Ik denk dat het echt een roman van deze tijd is, omdat het hoofdpersonage Audrey last heeft van een angststoornis. Dat is iets wat ik ook om me heen zie gebeuren. Ik heb kinderen in de tienerleeftijd, dus ik ben me erg bewust van een heleboel issues waar pubers mee te maken krijgen. Audreys broer is verslaafd aan computerspelletjes – iets wat ook vaak voorkomt. Geleidelijk aan nam het hele chaotische gezin vaste vorm aan. Audrey is een vrij tragische hoofdpersoon, maar dankzij het hectische gezinsleven heeft ze wel veel humor in haar alledaagse leven. Het was zó leuk om dit boek te schrijven. En ook een beetje emotioneel. Ik wilde graag een nieuw uitdaging en dat is behoorlijk goed gelukt.’
 
Is het anders om over een veertienjarige te schrijven, in plaats van over een volwassene?
‘Ik moest mezelf wel even terug in de tijd sturen, naar mijn eigen veertienjarige ik. Het is een kwestie van het je herinneren. In de kern ben je nog dezelfde persoon. Volwassenen hebben een laagje vernis over hun persoonlijkheid heen en het enige wat volwassen zijn in wezen is, is het aanbrengen van dat laagje vernis. Rechtop zitten, weten hoe je een taxi aanhoudt en weten hoe je grotemensendingen moet doen, maar eigenlijk zijn we van binnen allemaal gewoon nog veertien. Of misschien ben ik dat alleen, haha. Ik denk dat je als volwassene nog altijd zo onzeker, verwonderd en verward kunt zijn over de wereld als op je veertiende.’
 
Is het een opzichzelfstaande roman of is Audrey naast Becky een nieuwe vriendin voor het leven?
‘O, breng me niet op ideeën! Ik ben verliefd geworden op Audrey en haar familie en het was fantastisch om over ze te schrijven. Dus, ach, wie zal het zeggen?’
 
Ik kan niet geloven dat je me nu net twéé nieuwe Sophie Kinsella-boeken hebt beloofd. Ik ben zo blij!
‘Hé, je was zo enthousiast. Ik kon niet anders.’
 
Wat is het beste onderdeel van het schrijversbestaan?
‘O, wat een moeilijke vraag. Het beste stukje is denk ik het moment waarop het allemaal begint, wanneer je een idee krijgt voor een nieuw verhaal en dat met je meedraagt. Je bedenkt het en heel even is het helemaal van jou. Niemand anders heeft ook maar enig idee dat ik net dit briljante idee heb gehad. Ik kan er gewoon aan dénken, het is helemaal van mij! Maar aan de andere kant van het proces vind ik dít stukje heel leuk: de wereld ingaan en praten over het boek. Ik ontmoet nieuwe mensen, ik krijg feedback... Het gevoel dat er een connectie is, dat is heel fijn. Anders zit je maar op je werkkamer, zonder enig idee wie je boek aan het lezen is en wat ze ervan vinden.’
 
Google je jezelf weleens om dat te ontdekken?
‘Ik ben opgehouden met Amazon-reviews lezen, want wat er anders gebeurt is: je leest tien fantastische reviews en je voelt je helemaal blij en opgewekt – en dan lees je één verschrikkelijke review en meteen ga je twijfelen aan álles. Die tien goede reviews ben je meteen vergeten. Dus probeer ik mezelf niet meer te Googlen.’
 
Is dat het slechtste onderdeel van het schrijversschap?
‘Het allerergste deel is dat moment in het midden van het boek. Je plot werkt niet, je weet niet eens meer waarom je in eerste instantie met dit idee op de proppen bent gekomen, je haat al je personages, ze zijn allemaal stom, waarom ben je überhaupt ooit schrijver geworden, je was vast niet goed bij je hoofd... Ja, dat dus. En alle schrijvers hebben dat. Denk ik. Haha, het zou vervelend zijn als alle andere schrijvers nu zeggen: “Nee hoor, nee. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Het schrijfproces verloopt bij mij altijd in één keer heel soepel.”’
 
Word je vaak herkend?
‘Nee, bijna nooit. Als schrijver ben je vrij anoniem. Mensen lezen de achterflap, slaan het boek open en lezen het – en dan kijken ze misschien heel even naar je auteursfoto. Mijn boeken en mijn pseudoniem zijn heel bekend. Ik als persoon niet. Als ik naar een evenement ga waar al lezers en fans zijn herkennen die me natuurlijk wel, maar op straat word ik eigenlijk nooit aangesproken. Dat is best fijn! Ik loop namelijk vaak door Londen heen in een soort dagdroom. Ik bedenk eigenschappen voor personages, ik verzamel stukjes dialoog... Als iemand me dan zou aanspreken, zou ik waarschijnlijk heel raar reageren. “Hallo? Wie ben jij? Wie ben ik eigenlijk?”’
 
Veel lezers zien jou als een voorbeeld. Hoe vind je het dat mensen zo tegen je opkijken?
‘Het voelt een beetje gek! Ik bedoel, wat heb ik nou voor bijzonders gedaan? Het enige wat ik wil is mensen laten zien dat schrijven heel leuk is en dat als je mazzel hebt, je je geld ermee kunt verdienen. Het is voor mij af en toe een manier om te ontsnappen – en van lezers hoor ik dat zij het ook vaak zien als een ontsnappingsmogelijkheid aan de dagelijkse realiteit. Dus het is een win-winsituatie! Ik hou ervan als mensen zeggen dat ik ze aan het lezen heb gekregen. Gek genoeg heb ik dat al heel vaak meegemaakt: mensen die zeggen dat ze eerder nooit een boek lazen, maar dat ze een keer een boek van mij hebben opgepakt en niet meer konden stoppen met lezen. Dat ze daarna ook andere boeken zijn gaan lezen.’

 
Je bent dus een soort gateway drug, maar dan met boeken.
‘Haha, ja! Hetzelfde geldt voor mensen die door mijn boeken zijn gaan schrijven. Dat is fan-tas-tisch! Ik voel me zo bevoorrecht dat ik hierop ben gestuit en dat ik er niet alleen plezier aan beleef, maar dat andere mensen er ook lol van hebben.’
 
Dankzij jou is het chicklit genre grotendeels zoals het vandaag de dag is. Ineens waren jouw boeken er met heel veel humor en mannen die niet gephotoshopt waren, maar een beetje verkreukelde mannen...
‘Verkreukeld, ik hou van dat woord! Wat een geweldig woord. Maar dat somt mijn boeken wel zo’n beetje op, inderdaad: humor en verkreukelde mannen. Ik zou het als quote op mijn volgende boek moeten zetten: “Humor en verkreukelde mannen!” Zonder gekkigheid: ik schrijf altijd gewoon wat ik zou willen lezen. Zo simpel is het.’
 
Pak je na het schrijven dan je eigen boeken weleens uit de kast om ze te lezen?
‘Soms wel. Dan blader ik erdoorheen en heb ik van die kleine “o ja”-momentjes. Verder is mijn instelling wel gewoon eyes on the horizon, wat komt er nu? Meestal zwemmen er twee of drie boeken tegelijk door mijn hoofd, dus die wil ik dan heel graag schrijven. Maar soms is het fijn om mijn eigen boeken eens op te pakken en door te lezen. Wat ik dan overigens niet moet gaan doen is denken: “Oei, die zin zou ik nu heel anders schrijven,” of: “O jeetje, dat kan beter.” Mijn innerlijke criticus moet echt even zijn mond houden als ik mijn eigen boeken lees. Dat was toen, mensen houden ervan, dus ssst.’
 
Maar dan zijn er nog de critici die niet in je hoofd zitten... Wat is de ergste kritiek die je ooit gekregen hebt?
‘Dat weet ik eigenlijk niet zo een-twee-drie. Ik probeer het altijd snel los te laten; ik loop niet rond met vanbinnen een etterende zweer van wrok over slechte recensies. Alhoewel, ik weet wel iets wat me vrij hard raakte. The Guardian doet af en toe een parodie op bestaande romans. En dat is mij dus ook gebeurd... Twee keer. Toen ik het las dacht ik wel een paar keer: “Zo erg is het toch niet?”, maar mijn zwager e-mailde me kort daarna dat het eigenlijk juist een eremedaille is. Als je stijl niet eigen genoeg is, kunnen ze die ook niet parodiëren. Ik probeer er heel filosofisch over te zijn. Het grappige is: de mensen die naar mijn tafeltje komen tijdens signeersessies hebben allemaal een ander favoriet boek. Wat je daarvan leert is dat niets zwartwit is. We houden allemaal van andere dingen, dus als iemand op internet iets gemeens zegt over mijn boeken, heeft diegene blijkbaar gewoon een andere smaak. En dat is prima! Je kunt nooit iedereen altijd maar tevreden stellen. Het beste waar je op kunt hopen is een klein groepje heel erg blij maken. En weet je? Als dat je lukt, ben je hartstikke goed bezig.’

 

 

GERELATEERDE ARTIKELEN

  • De 10 populairste chicklit schrijfsters

  • GEZOCHT: Chicklit.nl zoekt stagiaire!

  • Chicklit top-5: juni

  • Young Adult top-5: juli

  • Speciaal voor Valentijnsdag: Valentijn Blues

Aanbevolen voor jou:

Zoek in artikelen