Sophie Hannah

Sophie Hannah is al lang bekend als schrijfster van boeken en poezie. Ze won vele prijzen voor haar korte verhalen en gedichten. Ze woont met haar man en twee kinderen in West Yorkshire. Altijd wilde ze al misdaadromans schrijven, maar durfde het niet aan. Op een gegeven moment trok ze de stoute schoenen aan en met veel succes. Kort geleden kwam in Nederland haar vierde psychologische thriller uit: De andere helft leeft. Tijd voor Chicklit.nl om deze succesvolle schrijfster eens wat vragen te stellen.

De thriller De andere helft leeft is een bijzonder ingewikkeld verhaal waar uiteindelijk alle puzzelstukjes in elkaar vallen. Het is een misdaadroman die niet te vergelijken is met enig andere. En dat was precies wat Sophie voor ogen had: “Ik keek naar een misdaadserie op tv en daarin was er een scène waarin een man een moord bekende. Het was overduidelijk dat hij deze moord niet had gepleegd. Zijn bekentenis was duidelijk een leugen. Uiteindelijk bleek dat hij zijn zoon wilde beschermen – de echte moordenaar. Ik vond dit zo’n misdaadcliché. Ik doe in mijn boeken altijd afstand van dat soort clichés. Ik probeer altijd een andere invalshoek te nemen. Dus dacht ik bij mezelf: “Wat als iemand nou bekent dat hij een moord heeft gepleegd, terwijl dat niet zo is? En wat zou er gebeuren als een man een moord bekende die helemaal nooit gepleegd was?” Ik kon de vraag zelf niet eens beantwoorden – zoiets bizars zou gewoon nooit gebeuren, een soort van onmogelijk scenario - en toen raakte ik geïntrigeerd. Ik was vastbesloten om het onmogelijke mogelijk te maken.”

Het boek krijgt goede recensies, en Sophie is daar heel blij mee. Toch krijgt ze ook nare recensies, maar dat schrikt haar niet af. “Ik heb heel veel geluk gehad met de overweldigend goede recensies. Toch waren er ook minder goede recensies. Ik lees elk woord dat wordt geschreven over mijn boeken, ik kan me niet voorstellen dat een schrijver zo’n verleiding kan weerstaan. Maar ja, ik ben dan ook erg nieuwsgierig. Nare recensies kunnen schokkend zijn, maar ik kan mijn kop niet in het zand steken en ze negeren. Dan ben je geen goede schrijver. Soms neem ik bepaalde kritieken ook echt wel mee en probeer ik er in mijn volgende boek iets mee te doen. Wat wel goed is voor mijn zelfvertrouwen zijn de talloze e-mails van lezers die me vertellen hoe dol ze zijn op mijn boeken.

Sommige schrijvers moeten de computer in de linkerhoek van de woonkamer hebben of dragen altijd een rode trui tijdens het schrijven. Sophie pakt het anders aan: “Mijn ritueel voor ik begin met schrijven is het opruimen van de woning. Terwijl ik dat doe maak ik me zorgen over het te schrijven boek. Ik vraag me af of het wel goed komt, of ik niet gewoon helemaal moet stoppen met schrijven, of dat ik beter onder een brug kan gaan leven. Wanneer het huis netjes is, kan ik beginnen met schrijven. Het opruimen en zorgen maken duurt ongeveer twee uur en dan schrijf ik zomaar zeven uur.”

Sophie is moeder, echtgenote én schrijfster. Zo’n carrière vereist een behoorlijke planning. “Ik heb mijn kinderen altijd naar de kinderopvang gebracht. Al bij de geboorte van mijn eerste kind besefte ik dat ik absoluut niet mijn dagen met alleen maar baby’s kon doorbrengen. Tegenwoordig regelt mijn man alles, hij heeft een paar jaar geleden zijn baan opgezegd. Ik werk de hele dag en deel dan de mooie momenten met mijn kinderen: knuffelen en verhaaltjes vertellen. Ik ben in dat opzicht een beetje de ouderwetse vader!! Maar ik ben niet de enige schrijfster die de hele dag opvang heeft: Agatha Christie, Daphne Du Marier en Enid Blyton deden het ook al zo in hun tijd. Overigens bespaar ik ook op andere manieren tijd: ik strijk nooit , ik kook bijna nooit en ik eet geen sinaasappels omdat het te lang duurt voor ik ze geschild heb. Oh, en ik kleed mezelf niet aan – alleen als het écht moet. Het is een monsterlijk onrecht dat pyjama’s worden gezien als tweederangs burgers in de kledingwereld.”

Sophie’s kinderen zijn nog jong, dus ze hebben nog niet haar bijzonder enge thrillers gelezen. Sophie ziet het ook nog niet zo zitten: “Wat mij betreft lezen ze de boeken zo laat mogelijk! Ik ben er niet zeker van dat het goed is voor een kind of tiener om te ontdekken dat zijn of haar moeder vele boeken heeft geschreven over gruwelijke moorden. Gelukkig vinden de meeste kinderen in hun puberteit hun ouders dodelijk saai, dus ik hoop dat tegen die tijd alleen het idee dat ik schrijf hen al zal vervelen.

Voor wie schrijfambities heeft, heeft Sophie nog wel wat tips: “Voor mij is het ongelooflijk belangrijk dat een boek de ‘unputdownability’-kwaliteit heeft. Ik moet het willen lezen en niet weg willen leggen – anders hoeft het voor mij niet. Verder is het verhaal het allerbelangrijkste - vertel het beste verhaal dat je kunt. Maak het verhaal zo aangrijpend dat het lezers met zich meesleept. Tenzij je een schrijver van tuinboeken of politieke filosofie bent, natuurlijk - in dat geval moet je vasthouden aan azalea''s en Rousseau.”

GERELATEERDE ARTIKELEN

  • De première datum van PLL is bekend!

  • 100 wereldplekken

  • Ik moet je iets vertellen

  • That’s it

  • Lijstjes

Zoek in artikelen