Gerie Smit

Het is een regenachtige vrijdagmorgen, als ik richting Volendam rijd. Zelfs in verregende toestand is dit dorp een lust voor het oog. Ik zie het in de verte al liggen, omringd door veel groen. Dit prachtige plaatsje herbergt vele sterren en prachtige momenten. Via Nick en Simon naar Wim Jonk tot BZN en Jan Smit: het lijkt wel alsof Volendam alleen maar een mooie historie heeft.

Niets is echter minder waar: nog maar enkele jaren geleden was dit pittoreske dorp in rouw ondergedompeld. Een nieuwjaarsfeestje mondde uit tot een ware hel voor feestgangers en hun omgeving. In café Het Hemeltje zorgde het aansteken van wat sterretjes tot een korte, maar ongelooflijk hevige brand. Bij deze brand kwamen veertien jongeren om het leven en raakten bijna tweehonderd mensen gewond.

Onder deze slachtoffers was ook de toen vijftienjarige Gerie Smit. In die tijd stapelverliefd op Jeroen en Oud & Nieuw was hét moment om hem dat te laten weten. Zij zoende met hem en, zoals ze zelf later regelmatig zegt, ‘toen barstte het vuurwerk los’. Gerie schreef over haar ervaring een boek: Nieuwe handen. Gerie: “Het was er tijd voor. Ik kan het nu achter me laten en heb het afgesloten. Dit boek is mijn manier om te zeggen dat ik door kan gaan met mijn leven.”

Om een boek te schrijven over jezelf is nooit gemakkelijk en zeker niet als je zoiets ingrijpends hebt meegemaakt. Gerie: “Ik schrijf al mijn hele leven. Ook tijdens mijn revalidatie heb ik een aantal keer geschreven over wat ik meemaakte. Niet zozeer een dagboek, maar uit pure kwaadheid of verdriet: om mijn hart te luchten. In eerste instantie wilde ik het boek in derde persoon schrijven, zodat het niet te persoonlijk werd. Daarnaast wilde ik de ervaringen van verschillende slachtoffers in één personage verwerken. Toen ik daar mee bezig was schoot ik absoluut niet op. Alle slachtoffers hebben een eigen verhaal en dit is het mijne. Mijn verhaal is uniek, er zit verdriet in, angst, maar ook humor. Toen ik eenmaal besloten had om mijn eigen verhaal te vertellen, van verliefde puber naar brandwondenslachtoffer, ging het schrijven opeens heel snel.”

Gerie is wekenlang in een kunstmatige slaap gehouden en toen zij wakker werd, kreeg zij niet meteen te horen wat er was gebeurd. In eerste instantie kon zij haar vragen ook niet kenbaar maken, vanwege een buisje in haar keel dat het spreken onmogelijk maakte. Maar ook na het verwijderen van dat buisje kreeg zij niet de antwoorden die zij zo nodig had. Maar Gerie is eigenwijs en weet wat goed voor haar is, zij krijgt het uiteindelijk voor elkaar om alles te horen. “Er werd direct gereageerd door het langs sturen van een psycholoog en iedereen deed heel dramatisch tegen me. Ik voelde me niet zo dramatisch, ik wilde weer gewoon zijn.”

Dat Gerie weer gewoon wilde zijn, is niet zo moeilijk te begrijpen. Ze was van een verliefde vijftienjarige met kans op verkering, veranderd in een meisje dat ternauwernood een ramp had overleefd en een leven lang littekens met zich mee zal dragen. Niet echt een alledaagse jeugd dus. Maar ook na haar ontslag uit het ziekenhuis werd het leven nog niet normaal. Gerie: “Ik werd dagelijks geconfronteerd met mijn brandwonden. Niet alleen moest ik met grote regelmaat naar het ziekenhuis of het brandwondencentrum, ook mocht ik eerst niet fietsen of alleen zijn. Ik hoopte dan ook dat dit zou veranderen toen ik naar school ging. Maar ook daar werd ik met fluwelen handschoentjes behandeld. De rector wilde, hoe goed bedoeld ook, alle brandwondenslachtoffers in één klas zetten en een aparte gymgroep oprichten. Voor mij hoefde al die zorg niet zo, ik wilde niet bij de slachtoffers horen. Ik wilde het achter mij laten en vergeten wat er was gebeurd. Maar overal was die ramp er. Bij mijn vrienden, sommigen lagen nog in het ziekenhuis, op school en thuis. Er kwamen bijna dagelijks brieven van slachtofferhulp. En niet alleen voor mij, maar ook voor mijn moeder, mijn vader, mijn zus, mijn oma. Het scheelde nog maar een haartje, of er was ook een lotgenotengroep voor mijn hond opgericht. Op een gegeven moment werd ik zo boos erover, dat ik die brieven gewoon weggooide. ”

Langzamerhand realiseert Gerie zich echter, dat anderen die hulp en aandacht wel nodig hadden. “Het was natuurlijk ongelooflijk lief dat we niet werden vergeten. Ik ben nu wel heel negatief, maar ik ben ook een week op wintersport geweest met andere brandwondenslachtoffers en dat was helemaal geweldig. Volendam was een soort luchtbel. Men wilde niet dat wij het trauma wegstopten of verzwegen, als echte nuchtere Noord-Hollanders. Ze waren er heel alert op dat wij juist wel erover spraken.  Maar waar wij als slachtoffers werden bedolven onder aandacht en liefde, werden er ook heel veel mensen niet gezien in hun verdriet. Bijvoorbeeld ouders en familie van de overledenen. Zij werden eigenlijk vergeten. Maar ook bijvoorbeeld Roos, mijn beste vriendin. Zij heeft dagenlang in onzekerheid gezeten over het lot van mij en andere gewonden. De gekste verhalen deden de ronde en ik zou al drie keer dood geweest zijn. Maar ook al die begrafenissen waar zij alleen naar toe moest, omdat andere vrienden allemaal in het ziekenhuis lagen. Dat heeft ook op haar zoveel impact gehad en ik realiseerde me dat allemaal pas veel later. Roos had ook wel een wintersportvakantie kunnen gebruiken. Gelukkig kwam die hulp later wel op gang, maar het had eerder gekund.”

Na alle tegenslagen wist Gerie op te krabbelen. Ze vocht terug en werd een vrolijke, jonge en mooie vrouw. Tegenover mij zit een stevige, onafhankelijke persoonlijkheid die haar zaakjes goed op orde heeft. Gerie: “Ik wist dat het goed kwam met mij toen ik ging studeren. Ik vond het doodeng en stopte alleen maar shirtjes met lange mouwen in mijn koffer voor de introductieweek. Ik durfde al die nieuwe mensen niet mijn brandwonden te laten zien. Toen ik me voorstelde, bleek echter dat iedereen een eigen verhaal heeft. Zo was er een meisje van wie haar moeder was overleden en zo waren er nog meer verhalen. Elk huisje bleek echt zijn eigen kruisje te hebben. Ik zie mezelf niet als slachtoffer. Je moet ergens een streep trekken en bij mij werd die gezet toen ik met mijn studie begon.”

Tot slot vraag ik nog naar Gerie’s mening over de café-eigenaar. Kort, maar resoluut, is haar antwoord: “Hij draagt de last, ik de littekens. Ik kan door met mijn leven.”

Nieuwste artikelen

  • De 17 beste LGBTQ films

  • 15 x Goede acteurs in hele slechte films

  • Onze aanraders voor Netflix in oktober

  • Recensie: Reminiscence

  • Recensie: Sex Education - seizoen 3

Gerelateerde artikelen

  • 100 wereldplekken

  • Ik moet je iets vertellen

  • That’s it

  • Lijstjes

  • Het geheim van Chanel Nº 5

Zoek in artikelen