Kappers

Knof is full-time drievoudig vader. Overdag een gortdroge IT-adviseur, ''s avonds een sprankelende schrijvert. (En in het weekend doodop.) Af en toe noemt een journalist hem Eelco Rommes, maar dat is natuurlijk een pseudoniem. Zijn echte naam is Knof. En zijn debuut heet Saladedagen, dat via het online schrijversplatvorm Tenpages.com een ware sensatie werd: als eerste en binnen een recordtijd van vijf dagen wist Knof voldoende steun te krijgen voor zijn debuut.  

Wat de gemiddelde man rond zijn piemel aantreft, groeit bij mij op mijn hoofd.
Sinds mijn tweede heb ik een haargroei waar menig schaap jaloers op mag zijn. Mijn tantes mochten me dan reuzeschattig vinden, met mijn aureool van blonde krullen, voor mijn moeder was dat geen reden om er voorzichtig mee om te springen. Ze liet me knippen door mevrouw Tonnie, die ook ons huis schoonmaakte; een kloeke vrouw, een struise vrouw, een vrouw die van wanten wist. Tussen het schrobben van het toilet en de badkamer door zette ze de schaar in mijn krullen.
‘Of ik nou een afvoerputje onthaar of een jongetje, dat maakt me niks uit,’ zei ze.
Toen de puberteit zich aandiende, besloot ik me tegen mevrouw Tonnie’s kappersregime te verzetten. Trouw aan mijn pas verzonnen principes vond ik dat mensen mijn haar moesten nemen zoals het was. Vrolijk liet ik het langs mijn wangen omlaag golven en ik kreeg steeds meer weg van onze hond, een langharige poedel die ook door mevrouw Tonnie getrimd werd. Toen mijn moeder me op een dag naar mijn mand stuurde omdat ik weigerde een weggezwiepte tennisbal te apporteren, kwam de twijfel. Misschien werd het toch tijd voor een kapsel, een Echt Kapsel... en ik wist al precies welk.
Mijn oudere broer – hij heette Jeroen maar wat mij betreft hadden ze hem beter God kunnen noemen – had namelijk ook haar. Hij sliep op de zolderkamer waar hij stiekem Vanilla Ice draaide. Zijn haar zat perfect, het was het beste haar van de hele wereld en hij wilde het graag met me delen, want zo’n broer was hij.
De naam van zijn kapsel als een mantra voor me uit prevelend, fietste ik op een kwade dag naar de dorpskapsalon. De boerendochter die me onder handen zou nemen, blies belletjes van roze bubblegum. Haar eigen haar had ze in een soort waaier bovenop haar hoofd weten te plakken zodat ik vol had zicht op het tapijt van rode en witte pukkeltjes dat over haar voorhoofd was uitgerold. Ik probeerde niet te denken aan wat ons te wachten stond als een van de rijpere puisten zou openbarsten.
‘Zeg het maar, hoor,’ zei ze.
‘Bros,’ zei ik. ‘Zoals mijn broer het heeft.’
‘Wat voor iets?’ vroeg ze.
Ik kromp ineen onder het laken. Mijn god, ze kende het beste kapsel ter wereld niet. Wat was dit voor iemand?
‘Of wacht, is jouw broer soms die grote wielrenner?’
Mijn broer was zeker niet die grote wielrenner. Van wielrennen zou zijn perfecte haar maar in de war raken.
‘Bros?’ zei ik nog eens, iets zachter nu.
Ze knikte me tevreden toe. Er was een kwartje gevallen in haar kappersbrein, radertjes zetten zich in beweging, dingen stonden te gebeuren, haar ene hand pakte een grote plantenspuit en begon me van alle kanten nat te sproeien, de andere zocht en vond een tondeuse. ‘Je bedoelt blok,’ zei ze. ‘Blok! Zoals je broer.’ De tondeuse gromde. Ik kneep mijn ogen dicht en hield me doodstil. Toen ik ze opende, had ik geen krullen meer. Er zat nog een klein beetje haar op mijn hoofd. Het stond stijf rechtop, als een kubus. Ik wist mijn tranen te bedwingen tot ik buiten was en nam de langste omweg naar huis die ik verzinnen kon. Sindsdien is het mis tussen mij en kappers. Ik pleit er niet voor ze het land uit te schoppen of zo, maar kunnen we niet een waddeneiland aan ze opofferen? Dat je weet: op de boot naar Vlieland snel een pet opzetten. Nu krult mijn haar waar het niet gaan kan. Helaas moet eens in het half jaar de schaar erin, wil ik geen Oboema-lookalike worden. Gelukkig heb ik onlangs iemand gevonden die me lijkt te begrijpen: een doof mannetje dat zelf al jaren geen kapper meer nodig heeft. Hij vraagt je niet wat je wil, hij biedt je geen peperdure shampoos of verzorgende crêmes aan. Hij staat gewoon naast zijn kappersstoel te wachten tot er iemand plaatsneemt. Dan pakt hij zijn kam en schaar en begint je heel traag te knippen. Als hij eindelijk het laken van je aftrekt, is je haar een klein beetje korter. Ik hoop vurig dat hij nog lang niet dood gaat, of met pensioen, maar voor de zekerheid heb ik mijn moeder alvast het telefoonnummer van mevrouw Tonnie gevraagd. Ze wil me vast wel weer knippen.

Knof

Saladedagen

  • Auteur:

    Knof,
  • Verschenen:

    6 september 2011
  • Uitgave:

    ISBN 9789049952402
    Uitgever Mistral
    288 pagina's
  • Uitgever:

    Mistral
  • Genre:

    Roman
  • Members waardering:

    1  2  3  4  5 
    (3 stemmen)
  • Omschrijving:

    De tune van Knightrider klonk en in een reflex haalde ik mijn telefoon tevoorschijn en keek wie het was. Terwijl ik het deed, wist ik dat ik een fout maakte. Een grote fout.

    Als zijn vrouw zwanger raakt, ziet Lennart verontrust aan hoe zijn leven overhoop gehaald wordt. Wanneer zijn baas hem een unieke kans biedt om promotie te maken, vlucht hij in zijn werk. Terwijl Lennart overuren draait, eist het thuisfront steeds meer zijn aandacht op. Verscheurd door ambities, liefde en onzekerheid struikelt hij van kantoor naar huis, van pufclub naar verloskundige. De problemen stapelen zich verder op als hij de verleidelijke Karlijn ontmoet. Lennart ondervindt dat je in het spitsuur van je leven beter beide handen aan het stuur kunt houden.

Meer info

GERELATEERDE ARTIKELEN

  • Ik moet je iets vertellen

  • That’s it

  • Lijstjes

  • Diva’s in Las Vegas

  • Boekkado.nl: voor een boek naar keuze

Aanbevolen voor jou:

Zoek in artikelen